
Werkwijze CPI-Alkmaar
Het CPI volgt het zgn. paroprotocol van de Nederlandse Vereniging voor Parodontologie (NVvP).
Intake gesprek
Tijdens het eerste bezoek wordt een uitgebreid onderzoek gedaan naar de conditie van het tandvlees. De parodontoloog bespreekt zijn bevindingen met de patiënt, geeft uitleg over de problemen en stelt een behandelplan op samen met de patiënt en de verwijzende tandarts.
Behandeling
Verreweg de belangrijkste persoon in de behandeling van gingivitis en parodontitis is de patiënt zelf.
Gingivitis kan afdoende behandeld worden door verwijdering van plak en tandsteen (door de mondhygiëniste) en door een goede, dagelijkse mondhygiëne door de patiënt zelf.
In tegenstelling tot parodontitis kan gingivitis genezen zonder dat er enige blijvende schade is aangericht.
Bij parodontitis echter is de schade die is aangericht (botverlies) vrijwel altijd definitief. De behandelingen zijn erop gericht het afbraakproces tot stilstand te brengen.
De behandeling begint met professionele gebitsreiniging door de mondhygiëniste waarbij alle plak en tandsteen van de worteloppervlakken verwijderd wordt en de patiënt geleerd wordt hoe en met welke hulpmiddelen het gebit op een effectieve manier gereinigd kan worden.
Wanneer het tandsteen verwijderd is en de patiënt in staat is dagelijks alle plak met zijn bacteriën op een effectieve manier te verwijderen, zal de ontsteking genezen en daarmee het afbraakproces worden stopgezet.
Bot dat verloren is gegaan komt niet meer terug.
Wanneer de pockets verdwijnen en het tandvlees weer strak over het bot heen zit, zullen delen van het worteloppervlak bloot komen te liggen.
Hierdoor zijn de tandhalzen vaak extra gevoelig voor temperatuurwisselingen en zoet en zuur. Na verloop van tijd wordt deze gevoeligheid minder; daarnaast zijn er diverse tandpasta’s die daarbij kunnen helpen.
Naarmate er meer bot verloren is gegaan zullen de tanden en kiezen “langer” worden.
Herbeoordeling
Enkele maanden na de behandeling bij de mondhygiëniste vindt er opnieuw een controle bij de parodontoloog plaats. Hierbij zal het verloop van het genezingsproces worden beoordeeld. Soms blijken er nog steeds verdiepte, ontstoken pockets aanwezig zijn die de patiënt niet kan reinigen. Dan kan besloten worden tot een flapoperatie.
Flapoperatie
Bij een flapoperatie wordt onder plaatselijke verdoving het tandvlees rondom de tanden en kiezen losgemaakt en opzij geschoven.
Tijdens de behandeling wordt het nog aanwezige ontstekingsweefsel verwijderd en worden scherpe botranden gecorrigeerd.
Op dat moment kunnen de worteloppervlakken onder direct zicht bekeken worden. Zo kunnen we zien of er nog tandsteen aanwezig is en dit verwijderen waarna de worteloppervlakken glad gemaakt kunnen worden.
Daarna wordt het tandvlees weer terug gehecht.
Omdat het ontstekingsweefsel is verwijderd komt het tandvlees weer strak over het bot heen te zitten.
Het doel van deze behandeling is de pockets minder diep te maken zodat de patiënt weer goed kan reinigen. Waardoor de ontsteking onder controle gehouden kan worden..
Een nadeel van de behandeling is dat de tanden en kiezen “langer” worden en de ruimten tussen de tanden en kiezen groter worden. Daarbij neemt, vooral in het begin, de gevoeligheid van de worteloppervlakken toe.


