
Wanneer er geen tanden en kiezen meer in een kaak zitten, is er sprake van een edentate kaak.
Een gebitsprothese op een edentate kaak heeft dus geen houvast meer aan eigen tanden en kiezen. Dat betekent dat het houvast verkregen wordt door een vacuüm te creëren tussen het gebit en het slijmvlies op de kaak.
De meeste mensen hebben geen problemen met een bovenkunstgebit omdat de bovenkaak vrij groot is, waardoor er goed houvast verkregen kan worden.
In de onderkaak is de kaak veel kleiner, smal en vaak zelfs geheel vlak.
Dan is het moeilijk om een goed zittende, stabiele onderprothese te maken.
Door het plaatsen van 2 implantaten op de plek waar de hoektanden zaten en daar drukknoppen op te schroeven, kan de stabiliteit van het ondergebit enorm verbeterd worden.
Hierop wordt een “klikgebit” gemaakt. Dit gebit wordt met de hand in- en uitgeklikt. Het zit niet muurvast maar danst niet meer door de hele mond, waardoor de patiënt veel beter kan kauwen en functioneren.
Het zelfvertrouwen neemt toe omdat men niet meer bang hoeft te zijn dat het gebit plotsklaps uit de mond vliegt bij een lachsalvo of een niesbui.
Wanneer men een volledig vaste constructie in de onderkaak wil hebben, zullen er meerdere implantaten geplaatst moeten worden om de kauwkrachten goed te kunnen verdelen.
Ook in de bovenkaak is het mogelijk een klikgebit te maken.
Doordat dit gebit zijn houvast ontleent aan implantaten hoeft het niet meer zo groot gemaakt te worden; vrijwel het gehele gehemelte kan onbedekt gelaten worden.
Bij het eerste onderzoek zal er een grote overzichtsfoto gemaakt worden (OPT) en zal de behandelaar met u bespreken wat de mogelijkheden zijn.
U krijgt een schriftelijke kostenbegroting mee zodat u van te voren weet waar u aan toe bent.